geschriften

Verwarrende gedachten

De kikker had heel verwarrende gedachten en de muis ook.
Bij het praten raakten de verwarrende gedachten in de knoop en ze vroegen aan de mier hoe dat kwam. De mier luisterde aandachtig en zei: ‘Mmmm.’
Daarna zei de mier niets meer, maar iedereen had het gevoel dat hij het snapte.
De volgende dag was er opnieuw geen touw aan vast te knopen. De gedachten rolden over het bospad en tussen de populieren door. Allemaal onzin, zei iemand, maar daar dachten de gedachten zelf heel anders over. Sommige deden gewichtig, anderen sloegen er direct op los, en wat zielige gedachten zaten in een hoek te mokken. Op een hoopje.
De mol dacht ook van alles en het knaagdier vond het onzin. Klinkklaar.
‘Wie bedenkt dat nou,’ zei het knaagdier tegen de mol, ‘Domme gans!’
Maar de gans gakte dat een domme gans geen blinde mol was en vloog achterom kijkend tegen een bergrug op. Er dreigde iets verschrikkelijks, niemand die verder kwam dan wat hij zelf dacht.
De uil was al dagen niet gezien, totdat hij plotseling aankondigde iets belangrijks te gaan zeggen.
‘Wat ik hoor,’ zei de uil, ‘zijn woorden die zijn losgeraakt.’
‘Huh?’
‘Er zitten geen ideeën meer achter.’
‘Wat dan wel?’ vroeg de Pad met de dikke nek, en hij keek veelbetekenend rond.
‘Opgeblazen ego’s.’ zei de uil en hij deed zijn ogen heel lang dicht.
Om ze niet te hoeven zien.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *