geschriften

Tijd terug

De boktor kon iets dat niemand voor mogelijk hield. De tijd terug draaien. En toen iedereen het idee had dat zijn tijd bijna was verstreken, werd besloten om de tijd terug te laten gaan. De boktor dook in zijn machine die op een grote klok leek, zette wat schakelaars om, en zie, de wijzers kropen terug tegen de klok in.
De olifant liep in zijn eigen voetsporen terug zijn rondjes en werd jonger. De vogels vlogen achteruit en verdwenen in hun eieren.
De boktor wilde meer actie, schoof nog wat schakelaars om en veranderde prompt in een larve en verdween in de boomstronk. De zon draaide rondjes achteruit, de wind ging liggen voordat hij had gestormd, en hele bossen werden weer beukennootjes.
‘Wat wist ik ook alweer,’ vroeg de uil zich af.
‘Ik loop steeds naar plaatsen waar ik al was,’ sprak de neushoorn.
‘En ik eet honing die ik al had geproefd,’ zei de beer.
Niemand was echt blij met jonger worden. Maar de tijd had de smaak te pakken en schoot nu met hele eeuwen per uur terug.
Totdat de zon uit de bocht vloog, en de ijstijd op kwam zetten. Toen vond de neushoorn het welletjes, en hij stampte de hele constructie van de boktor in de grond.
De grote beer werd door de maan tot staan gebracht en gloeide na in de verte.
En dat ging niet meer over.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *