Het werd herfst en de padden verzamelden alle dieren op de open plek in het bos voor een belangrijke vergadering. De dikke pad ging op een omgevallen boomstam staan en begon: ‘Beste vrienden. Wisten jullie dat er dit jaar geen beukennootjes zouden kunnen vallen en geen kastanjes?’
Hij keek rond. De andere dieren wisten dat inderdaad niet.
‘Alles zou met water kunnen overstromen en hemel zou naar beneden kunnen vallen.’
Hij keek weer rond. Iedereen werd onrustig en keek naar de lucht die onschuldig blauw terugkeek.
De magere pad nam over: ‘Kort en goed, bij ons kun je een verzekering afsluiten tegen alle rampen, door je beukennoten in te leveren. Ruime dekking gegarandeerd.’
De dikke pad ging verder: ‘Dijken kunnen doorbreken, olifanten op hol slaan, modderstromen kunnen je huis meesleuren met gemak. De bliksem kan inslaan, de…’
De magere pad trok hem naar achteren: ‘Prima, dikke, ze snappen het. Nog vragen?’
De egel stak een voorpoot op en zei dat er altijd voldoende beukennootjes waren gevallen. Alle dieren knikten tevreden.
De dikke pad reageerde: ‘Praktisch gezien tuurlijk, maar in theorie absoluut niet.’
De kip rekte haar nek en zei: ‘Dan zijn er massa’s eikels.’
De magere pad vond het welletjes: ‘Maar als nu het hele bos is weggestormd. Dan is er alleen nog modder. Ha, die zit!’
De reiger reageerde: ‘Dan zijn er nog kikkers.’
Iedereen knikte en beaamde dat, behalve de kikkers.
De dikke maande tot stilte: ‘Wees nou reëel, 1x in de miljoen jaar gaat alles mis. Wat ben je dan blij met onze polis.’
Het werd stil, de wezels keken elkaar aan en voelden er wel iets voor.
De magere pad vulde aan: ‘Die miljoen jaar zijn al dik voorbij. Eigenlijk zijn de dikke en ik gek dat we dit doen, he, dikke? Zeker met onze extra najaars heffing.’
De dikke beaamde: ‘Die is waanzinnig.’
De meesten waren om, behalve de reiger, die de kikker in de modder zag verdwijnen.
Goed om te onthouden waar.