geschriften

Nu

‘Weet jij,’ zei de krekel tegen de kikker, ‘weet jij wanneer het NU is.’
‘Nee,’ zei de kikker,’ Nooit van gehoord.’
‘Gek,’ zei de krekel, ‘Straks is NU voorbij.’
De krekel lag naast de kikker te kauwen op een grasspriet. Hij sloot zijn ogen en zuchtte. De zon stond al laag en maakte lange schaduwen om hen heen.
‘Was het maar altijd NU.’
‘Ja,’ antwoordde de kikker, ‘Dat zou goed zijn. Ook voor NU zelf.’
‘Ik hou van NU,’ zei de krekel, ‘Later is niks voor mij.’
Duizend mieren liepen in colonne over het pad en splitsten op, en splitsten op, en splitsten op.
‘Allemaal NU dus,’ zei de kikker, en hij keek de mieren na, ‘er gebeurt heel wat.’
De krekel tsjirpte en zei: “NU is ingewikkeld.’
‘Klopt,’ zei de kikker, ‘Maar bedenk wat na NU komt? Oneindig veel verjaardagen met taart.’
Hij kleurde maar gelukkig vroeg de krekel niets over Oneindig.
Toen vloog de eendagsvlinder langs, in de late zon van bloem tot bloem. Ondergedompeld in een tijdloos NU.
‘Ik ben jarig,’ riep ze, ‘de hele dag!’
De krekel keek haar na: ‘Dom he.’
‘Ja,’ zei de kikker, ‘Heel dom.’
En ze droomden over de taarten die nog zouden komen, niet nu.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *