‘Komen jullie allemaal op mijn lentefeest, ik kijk er naar uit!’ schreef het stekelbaarsje, bij het begin van de lente aan iedereen.
De oester schreef terug: ‘Ik niet.’
Het stekelbaarsje had zich er juist op verheugd om de oester te zien, en antwoordde: ‘Kun je niet die dag?’
‘Jawel,’ schreef de oester.
‘Is het te vermoeiend?’
‘Nee,’ antwoordde de oester.
‘Allergisch voor iets?’
De oester hield niet van grapjes en zweeg.
‘Is er dan iets anders (serieus)?’ vroeg het stekelbaarsje.
‘Zoals?’ schreef de oester.
‘Nou ja, weet ik het.’
‘Dat is het niet.’
Het stekelbaarsje wilde toch weten wat er aan de hand was en zwom naar de oester toe.
‘Is dit jouw oesterbank?’ zei het stekelbaarsje, en zij rook aan de schelp en keek om zich heen en voelde de knobbels voorzichtig.
De oester zuchtte.
‘Vind je het prima,’ vroeg het stekelbaarsje, ‘wanneer ik mijn Italiaanse stoofschotel in jouw warme golfstroom gaar?’
Het ging heerlijk ruiken en het stekelbaarsje smakte luidruchtig zodat de oester het zou horen. Totdat er door een kier in de lichtgroene schelp een traan naar buiten rolde die stil bleef glanzen, als een parel in het licht dat door het water krulde. De zee hield even op met ruisen en het stekelbaarsje keek er naar.
Er waren geen woorden voor.