geschriften

Kaketoe

‘Nou, paradijsvogel, ik vind er niet veel aan.’
De kaketoe keek naar de avondhemel die rood kleurde, met geeloranje vegen licht aan de horizon en dreigend grijs en zwart daarboven.
De kaketoe vervolgde: ‘Nogal vaag.’
En even later: ‘Het zou overzichtelijker moeten worden ingedeeld.’
De paradijsvogel knikte en vloog weg, en de volgende avond was het geregeld.
De hemel was een grote schotse ruit, met gele, rode en blauwe strepen, en vierkante wolken vlakken en daarachter het diepblauw van de nacht.
De kaketoe kraaide van verrukking, en was tevreden totdat een zwerm zwaluwen opvloog om te dansen tussen de lijnen door.
Daarop krijste hij het uit en de paradijsvogel knikte begrijpend, zuchtte, en ging erop af.
De volgende avond vlogen de zwaluwen in formatie en je hoorde ze niet meer kwetteren.
Net toen de kaketoe een zucht wilde slaken van verrukking kwam de maan tevoorschijn om als een domme gele sikkel dwars door alles heen te schuiven. De kaketoe ontplofte bijna.
De volgende avond zat de maan als halve cirkel vastgenageld aan het firmament. Precies in het midden, hij scheen iets minder fel.
De kaketoe was tevreden en nodigde alle dieren uit om te komen kijken naar zijn spiknieuwe hemel.
‘Alles mooi en wel,’ zei de ooievaar, ‘maar jij dan?’
‘Huh?’
‘Alle kleuren zitten scheef!’
Wat hadden ze een zin om daar iets aan te doen!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *