geschriften

Het echte

‘Lief dagboek’, schreef de egel, ‘alle bijzondere dingen schrijf ik vanaf nu op.’
De dag erna schreef hij: ‘Zodat ze niet ontsnappen. Nou, er was nog niets.’
En een week later: ‘Misschien is er snel iets.’
De egel vroeg de eekhoorn en de wasbeer naar iets bijzonders, maar de eekhoorn wist alleen een beukennoot te bedenken, en de wasbeer viel in slaap.
Na nog een week schreef de egel: ‘De bijzondere dingen zijn even weg vanwege hun bijzonderheid. Dus nu iets gewoons. De maan.’
Meer gewone dingen wist hij niet. Toen kwam hij het nijlpaard tegenkwam die elke dag een bijzonder avontuur beleefde.
‘Tja,’ zei het nijlpaard, ‘daar vraag je iets,’ en hij krabde zich achter zijn oor, keek interessant, knikte, maar er liep alleen water uit zijn mond.
Teleurgesteld schreef de egel: ‘Er is niets, lief dagboek, dat bijzonder is. Alles ontsnapt ons.’
Gek, dacht hij, er blijft niets over wanneer ik het op wil schrijven. Misschien ligt het aan de woorden, die zijn niet goed.
En de egel schreef: ‘Woorden zijn ketens.’
Hij gloeide van opwinding toen hij het nog eens overlas.
De eekhoorn vond het knap en de wasbeer ook, de mol spelde het per ongeluk van achteren naar voren en het nijlpaard knikte glazig.
De egel schreef verder: ‘Woorden willen wel, maar ze kunnen er niet bij, bij wat echt belangrijk is.’
Nu snapte de eekhoorn het ook niet meer en de mol vroeg beleefd of iemand een termieten nest wist op graafafstand. Het nijlpaard was onder gedoken.
De egel schreef in grote opwinding: ‘Het echte kun je alleen voelen, woorden zijn doof.’
Hij schreef het in dunne letters, bijna onleesbaar, alsof hij het verborgen wilde houden.
Een traan blonk in zijn ogen omdat er niemand was om het aan uit te leggen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *