geschriften

Kunstje

‘Ik ga een kunstje doen,’ zei de wandelende tak.
‘Wat voor kunstje?’ vroeg de bever.
‘Dat weet ik niet,’ zei de wandelende tak, want hij had die vraag niet verwacht.
De volgende dag kon hij gelukkig geen enkel kunstje bedenken dat hij niet zou kunnen. ’s Middags zag hij hoe de mol geblindeerd over een boomstam fietste en de worm op zijn tenen langs schuifelde en tegelijkertijd een liedje zong. Terwijl verderop de olifant een kopje rolde en de muis tegelijkertijd op zijn slurf jongleerde met acht eikels.
Het standaard werk.
De wandelende tak rekte zijn benen op, deed in zijn gedachten superoefeningen en keek interessant terwijl de bever hem nieuwsgierig observeerde. De wandelende tak glimlachte geruststellend.
‘De zon uitplassen,’ zei hij, ‘zou ik kunnen doen om te beginnen.’
De wandelende tak dronk de vijver leeg, klom op een wolk en hield zijn plas in totdat iedereen keek.
Toen plaste hij per ongeluk eerst op de wassende maan, maar daarna richtte hij zich op de zon en ging het beter. De zon siste en stoomde als een gek, maar doofde uiteindelijk met droevige, dieprode kleuren.
De wandelende tak was apetrots op zijn plaskunst, dacht na over lezingen en zag er ook een boek in.
Maar de zon was uit en ze zaten in het donker.
De bever wilde de zon weer aan gaan steken met een fakkel en daar had hij hout voor nodig.
‘Niet mijn probleem,’ riep de wandelende tak, terwijl hij met een knipoog een handtekening uitdeelde aan een larve.
Maar daar dacht de bever anders over en vijf minuten later had hij hem onder zijn arm.
Als takkenbos, goed droog, voor zijn volgende kunstje.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *